Maandag 24 oktober


Mijn laatste uren in Jeruzalem. Ik spreek nog snel enkele mensen van organisaties die wellicht in de toekomst bij het festival betrokken kunnen worden. Ik haast me naar een taxi. In mijn enorm gebrekkig Arabisch vertel ik waar ik naartoe moet. De chauffeur reageert niet heel enthousiast. “You like Israel?” zegt hij. Nu zie ik zijn keppeltje. Voor de rest is het precies zo’n Palestijn als de andere chauffeurs. Ik vertel dat ik het gevoel heb dat Israel nog niet volmaakt is, maar dat ik hier enorm veel aardige mensen heb leren kennen. Hij reageert koeltjes.
Ik weet dat taxichauffeurs wel vaker niet de meest optimistische mensen van de stad zijn, maar toch ben ik er stil van. Onverwacht keek ik weer even in het gapende, zwarte gat dat tussen de bevolkingsgroepen in ligt. Sommigen noemen het “conflict”, anderen “apartheid”. Het gat dat zo zinloos is als je ziet hoeveel de beide groepen gemeen hebben. Het gat dat zo onnatuurlijk is, als je ziet hoezeer beide groepen geen groepen zijn, maar bestaan uit talloze individuen, families, geloven, stromingen afkomstig uit ontelbare tradities overal ter wereld. Wat ieder deelt is de passie voor dit stukje wereld, een drang tot persoonlijke verbintenis met deze rotsachtige grond. 
De mensen praten niet meer met elkaar. Het is de taal van de stenen die hier gesproken wordt. De heilige muur, rots of grafsteen zijn elk van steen. De archeologische resten, de betonnen scheidingsmuur, de projectielen die de relschoppers naar het leger gooien, de gestaag groeiende nederzettingen.
Stenen zijn dood en gevoelloos. Stenen zijn de vijand.
(Foto: Omar Rahman)

Zondag 23 oktober

Ons team brokkelt uiteen en vliegt weer uit naar verschillende plekken in Europa. Mijn Palestijnse producent is bedrukt. Hij heeft geen zin hier over te blijven na deze enerverende tijd. De sfeer in Jeruzalem is doorgaans landerig en doods zegt hij. Doordat locale initiatieven vaak niet van de grond komen, beginnen mensen er niet meer aan. Een vicieuze cirkel van allerlei ontmoedigende maatregelen van bovenaf en somberheid van binnenuit. De mogelijkheden voor ons festival om door te groeien zijn enorm: er is op zoveel plekken behoefte aan ontsluiten van het privé-domein. Neem de talloze vluchtelingenkampen op de Bezette Westoever. Wijken waar ook “gewone” Palestijnen nooit komen, maar die vol ziteen met jonge mensen met talent, passie, ideeën. Ik ben overtuigd dat we op een bijzonder en zinnig spoor zitten. Het spoor achter de buitenkant, achter de oppervlakte waar vlaggen wapperen, weg van het geraas van politici en activisten, dicht bij de mensen, hun twijfels, hun dromen.
(Foto: Adam Sèbire)

Zaterdag 22 oktober

Van uitslapen is nog geen sprake helaas. Het voelt wel totaal anders dan gisteren. De stad is gehuld in saharastof, maar ik ben opgelucht en heb zin in wat er komt.
Ik werd gisteren al tijdens de finale-show benaderd door verschillende mensen die ook zouden willen optreden. Het is een tegekke situatie dat zich nu spontaan zangers, dansers en musici aanmelden. Leuk, maar ik twijfel of ik de show over moet leveren aan deze enthousiastelingen.
Het lukt me niet om streng te zijn, eerlijk gezegd ben ik ook nieuwsgierig. De zanger die persé op wil treden krijgt het publiek goed mee, maar stopt niet meer. Ik duw hem eigenhandig met flinke dwang weer het podium af - gelukkig blijft hij er vrolijk bij. Een dansgroep? Vooruit. Het blijken enorm acrobatische gasten te zijn – heel spannend en wellicht interessant voor volgend jaar.
Het wordt wederom een enerverende avond. Het festival heeft zijn derde editie gezien – ik ben trots, voldaan en bijzonder uitgeput.
(Foto: Adam Sèbire)

Vrijdag 21 Oktober

De opluchting van de donderdagavond waar ik zo naar had uitgekeken blijft uit. Ik voel me vreselijk. Het was echt teveel om zowel 11 locatievoorstellingen als een spetterende finale neer te zetten.
De huiskamervoorstellingen waren bijzonder, prachtig, gewaagd, moedig. Het einde waarin iedereen samen zou komen was heen blijde climax maar een chaotische opeenvolging van losse acts en liedjes. Niet ok.
Complimenten van het publiek kunnen me niet opbeuren.
Het is duidelijk dat mijn taak nog niet is volbracht. We zijn op zee, maar het schip is nog niet af! Alle zeilen bij.
Extra repetities dus.
Vrijdag is voor veel mensen een vrije dag.
Telefoons staan uit.
De man van de oefenruimte slaapt. De reservesleutel is kwijt.
Geen tijd meer om subtiel te blijven.
We beuken de deur in.
Een paar uur later staat er een finale die bruist en sprankelt. Er ontstaat een wonderbaarlijke opeenvolging van opzwepende sufizang, een kinderliedje, klassieke gitaarmuziek, beats, soundscapes, rap en stand-up comedy.
(Foto: Adam Sèbire)

Donderdag 20 oktober DEEL II


Na twee weken enorm hard werken was het moment daar dat twaalf locaties hun deuren openden en het publiek op verborgen en onbekende plekken kunstwerken, ontmoetingen, performances en bekentenissen kon ervaren.
In een tocht door de invallende duisternis en stukken steeg en straat die door stroomuitval werkelijk pikdonker waren, dwaalden groepen publiek door de oude stad. Ze bezoeken een verlaten oud herenhuis, een binnenplaatsje van een historisch voormalig ziekenhuis, vier totaal verschillende huiskamers, een dak, de overblijfselen van de middeleeuwse hamam, twee slaapkamers en een voormalige gevangenis.
Elke groep kon slechts 4 of 5 locaties zien voordat iedereen samenkwam in het Centre of Jerusalem Studies van de Al Quds University. Op dit binnenplaatsje vond de finale plaats waarin een groot aantal musici en acteurs samen zouden optreden.
Het was gekkenwerk. We hebben de hele week werkelijk maximaal moeten werken om de huiskamervoorstellingen te laten slagen, en het lukte nauwelijks om voor de finale te repeteren.
We springen in het diepe, spelen en improviseren er op los, maar er vallen gaten, er is verwarring, de microfoons staan verkeerd en ik ben werkelijk wanhopig om er toch nog een swingend totaal van te maken.

Donderdag 20 oktober

Het is geen week voor rust of slaap. Al dagen wordt ik vanzelf om zes uur of vroeger wakker na slechts 4 of 5 uur geleden naar bed te zijn gegaan. Mijn hoofd lijkt ook in de nacht door te gaan met het aanpakken van de ontelbare dingen om te regelen, de onzekerheden, de kansen en de problemen.
Vandaag  beginnen de uitvoeringen.
We zijn er nog niet klaar voor.
Het hotel is gevuld met zenuwen, snelle telefoongesprekken, soms een vloek.
Ik ga van plek naar plek, van noodgeval naar onzekerheid.
Eerst nog een extra locatie regelen vanwege een last-minute afzegging. Er is één voorstelling die niet lukt: het was te hoog gegrepen om een concert met platenspeler, televisie, computer en skype-verbinding naar Wenen voor elkaar te krijgen in de woonkamer van een enorm sympatieke familie. Ik spreek met jongens uit de buurt. De rappende tweeling die ook de vorige jaren betrokken waren. Ze zijn blij dat hun huis een locatie in het festival wordt. En dat ze wat geld krijgen om koekjes voor het publiek te kopen.

Na een aantal uren rondrennen is er ineens een moment dat ik niets dringends meer had. De stem in mijn hoofd die mij telkens toefluistert wat er per direct totaal urgent is, was stil.
Overal in de stad zijn nu mensen aan het werk. Ze overleggen met de bewoners, kopen extra snoertjes, er worden stapels stoelen vervoerd over enorm stijle trappen, techniek wordt getest, publiek nagebeld.
Alles is nu in beweging. Ook als ik nu dood neerval is er vandaag een festival.
Het was maar een kort moment stil.
Het stemmetje werd snel weer wakker en natuurlijk was er iets dat nog gedaan moest worden.
Het uur dat ik het los moet laten komt dichterbij…. Dan is het moment daar, wordt een nieuwe editie geboren. 
(Foto: Adam Sèbire)

Woensdag 19 oktober


De dag voor de voorstelingen beginnen.
Nu zou alles op zijn plaats moeten komen.
Het tegendeel was waar.
Aardverschuivingen.
Een familie heeft een bruiloft en een locatie valt af. De technicus komt met een offerte voor de huur van alle speakers, microfoons en versterkers: €4000,- in plaats van de €400,- die op de begroting stond. We werken met fantastische geluidskunstenaars zoals Scott Gibbons en Salvador, dus het is rampzalig als dat niet goed klinkt. Maar dit kunnen we onmogelijk betalen. Met speakers de oude stad in, zware en kostbare apparatuur over steile trappen in kleine tractoren rijden, daar heeft deze man weinig zin in, vandaar deze prijs.
Adelheid komt niet!
Actrice en een locatie stonden stand-by, we waren klaar voor een intensief en kortstondig werkproces, maar door overmacht gaat het niet door.
Ons kaartenhuis, zo voorzichtig inelkaar geschoven, wankelt.
We vinden een nieuwe familie – een prachtig huis en enthousiaste mensen.
We vinden een nieuw technisch bedrijf dat met €1000,- het hele festival gaat fixen.
En de schrijver/journalist Tarik Yousef die vandaag gearriveerd is om van het festival verslag te doen, blijkt een theatertekst samen met Adelheid geschreven te hebben: “de besneden monoloog”, een verslag van de eeuwige strijd tussen de man’s hoofd en zijn penis. Enorm geschikt dus!
Dit is een plek waar veel dingen heel lastig kunnen zijn, veranderen, uiteenbrokkelen in je handen. Maar het is tegelijkertijd mogelijk om op enorm korte termijn mensen te mobiliseren, zaken te fixen en wonderen te verrichten! 

Dinsdag 18 oktober


Wat we gepland hadden vandaag: repetities met musici, opzetten van techniek, soundchecks, het instrueren van de gidsen, praten met journalisten, workshops met kinderen.
Wat er gebeurde: checkpoints verhinderen al het verkeer naar het centrum, scholen sluiten eerder, knallend vreugdevuurwerk en gedreun van helicopters.
Palestijnse vlaggen zijn verboden in Jeruzalem, maar vandaag zie je ze ineens overal. Een opgewonde menigte draagt een blinde man door de straten: hij is één van de 1027 gevangenen die vrijgelaten worden in ruil voor de Israelische militair. De vreugde van de massa roepende, dansende en trommelende mannen is enorm, maar niet heel aanstekelijk. Hun held zat 25 jaar vast. Heeft vreselijke dingen gedaan. Al die jaren is de bitterheid verder verdiept en gegroeid bij zijn vrienden en familie. We zien een schakeltje uit een keten van ellende, wanhoop, wraak, vergelding.
Het feest wordt voortgezet in het gebouw waar onze repetities gepland waren. Morgen wordt een drukke dag….


Maandag 17 oktober

We brainstormen over een fascinerende locatie: het huis van de vorig jaar overleden Sheig Bughari. Het is een museum waar oude schatten naast plastic prullaria staan uitgestald. Gouden voorwerpen, plastic bloemen, absurde souveniers. Foto’s van Hemzelf met andere religieuze en politieke leiders, ingelijste krantenberichten.
Niet iedereen is positief over hem. De mooie woorden over vrede en de talloze conferenties waarin joden, moslims en christenen elkaar de handen schudden, voelen zinloos als de bezetting zich intussen stilaan verder uitbreidt.
(Foto: Adam Sèbire)
Dit wordt de locatie van Wissam, de ud-speler en Ahed, beeldend kunstenaar. We spreken over de vele versies die de waarheid kent; een waardeloos pronkstuk is immers misschien wel een oprecht geschenk geweest. Ook oppervlakkige woorden over vrede en hoop kunnen puur uit het hart komen. Je kunt dus niet oordelen over de collectie, motivatie en de woorden van de Sheigh. Maar voor een kunstenaar is het tegelijkertijd niet te accepteren als de werkelijkheid tezeer vereenvoudigd wordt. Of dat schoonheid gereduceert wordt tot goudkleurig geglinster. En dat een heilig woord als vrede wordt rondgestrooid als ijdel wisselgeld.
Het plan ligt er: deze voorstelling moet waar zijn. Wat is er waar? De klank van een snaar, de trillende lucht in je oor die alleen bestaat in het moment. Geen afleiding, geen oordeel of analyse maar alleen je waarneming die contact met de buitenwereld maakt.

Zondag 16 oktober


Op bezoek bij Uhm Wael. Via trapjes en gangetjes komen we uit in en enorm klein kamertje. Uhm Wael kijkt hier de hele dag naar Bollywood soaps op een grote flatscreen tv. Ze heeft één dochter en acht zonen. Twee daarvan, de tweeling Ali en Mustapha, werken aan een carrière als rappers. Vorig jaar was er in deze locatie een kunstfilm van Adelheid Roosen.
Poetisch.
Verstild.
Achteraf hoorde ik dat de jongens vonden dat er maar weinig gebeurde in de film. En dat ze dus ook maar een rap-optreden hebben gegeven. Moeder heeft koffie geschonken en zo werd de kunst toch nog gezellig.


Zaterdag 15 oktober


Het is eigenlijk absurd. Je loopt over straat, een man in een deuropening kijkt naar je en zegt: wil je koffie? 
Normaal zou je denken: wat wil hij van me? Iets verkopen? Me bekeren?
Ik weet intussen dat het echt normaal is om een vreemdeling die toevallig langsloopt koffie aan te bieden. 
Het leuke is: ik heb een goede reden om erop in te gaan. Nog niet alle plekken voor de voorstellingen liggen vast, dus elke open deur is een kans, uit een glimlach volgt vaak een gesprek. Soms een voorstelling. Een enkele keer een jarenlange vriendschap.

Vrijdag 14 oktober


Ik spreek af met een groep vrijwilligers die de leiders zullen worden van de groepjes publiek. Ze waren er vorig jaar ook al bij en hebben al lijsten verzameld met publiek dat wil komen. We benaderen iedereen persoonlijk. Het publiek wordt niet via advertenties of posters uitgenodigd, maar met SMS-jes, via Facebook en e-mail. De huiseigenaren staan erop dat het alleen vrienden en bekenden zijn die we meebrengen. Er is zo vaak gedonder. Ik sprak verschillende mensen die in de buurt van de klaagmuur wonen en hun huis nooit alleen laten uit vrees dat het door kolonisten wordt ingenomen. Het eerste jaar hadden we te maken met mensen die niet waren uitgenodigd en heftige politieke discussies begonnen. Uiterst ongunstig.
Vorig jaar is er een groepje met publiek aangehouden en ondervraagd door soldaten. Ze vertelden dat ze naar de verjaardag gingen van een vriend. Pas toen iemand precies naam en adres kon noemen konden ze verder gaan.
Toch sturen we berichtjes rond, maak ik dit dagboek, is er een website. Het is niet verboden wat we doen, niemand kan ons echt iets maken. Er ligt alleen overal gedoe op de loer. Achteraf staan de kranten hopelijk weer vol. Vorig jaar heeft de grote Israelische krant Ha’aretz over het festival geschreven. Maar achteraf. Als de bewoners weer rustig achter gesloten deuren zitten…

Donderdag 13 oktober


Ik wil graag schrijven over de verborgen kant van Jeruzalem, de schoonheid van onvermoede details en de wonderbaarlijke diversiteit van de bewoners. Ik zou graag een ander verhaal vertellen dan de clichés die in de kranten staan, de verhalen over onrecht en geweld. Ik zou willen vertellen over zaken die nieuwsgierig maken in plaats van bitter stemmen.
Maar mijn humeur is echt grondig verpest toen ik een uur lang in het checkpoint moest wachten. Stel je heel veel dikke stalen hekken voor. Je ziet het soms bij de ingang van een voetbalstadium. Krappe metalen draaideuren waar net één persoon tegelijk doorkan. Veel prikkeldraad. Luide stemmen door kapotte speakers die onverstaanbare bevelen roepen.
Het duurde een eeuw.
Oude mensen, moeders met huilende babies, jongeren op weg naar school en werk. Frustratie.
Vaak gebeurde er een tijd niets voordat er weer iemand door de röntgen scanners en metaaldetectors naar de soldaten mocht. Ik had dus veel tijd om me voor te bereiden op het moment dat ik de klootzakken in hun ogen zou kijken, de gevoelloze monsters zou ontmoeten die ons aan het treiteren waren.
Toen het zover was zat er achter het kogelvrije glas één enkel meisje.
Waarschijnlijk achttien maar ze leek veertien. Jeugdpuistjes en een dikke bril.
Dit onnozele kind moest de röntgen scanners bekijken, draaideuren bedienen, paspoorten en vergunningen bekijken, vingerafdrukken scannen, door de intercom vragen stellen en al dan niet mensen terug sturen. Ze deed het allemaal, traag en afwezig. Op haar kon ik niet boos zijn. Niet voor het eerst zijn de ware klootzakken verder weg. Onzichtbaar verscholen in een onpersoonlijk systeem, zorgvuldig afgeschermd van het tergende gehuil van de baby.

Woensdag 12 oktober


Behalve dat ik me stort op de praktische voorbereidingen, het wegwijs maken van de eerste theatermakers uit Nederland die arriveren en het wakkerschudden van locale assistenten, ga ik op bezoek bij organisaties die het festival wellicht kunnen steunen. Misschien zelfs nog voor dit jaar.
Dit soort gesprekken zijn soms raar. Ik ben natuurlijk enthousiast omdat ik geloof in de kracht en potentie van het festival. Maar het is ook erg frustrerend dat er zo weinig mogelijkheden zijn om de kosten te dekken en dat er niet een organisatie is die er gewoon helemaal voor gaat. Dat het altijd over lange termijnen gaat, trage aanvraagprocedures, uitgebreide voorstellen, tijdschema’s, budget berekeningen. Als mensen een dag met me mee zouden lopen en zouden zien wat het festival teweegbrengt op deze compleet gespannen maar ook verlamde plek, zou het eenvoudiger zijn.
Gelukkig zijn er ook zaken die steeds gesmeerder gaan.
Het blijkt dat Mohammed, de coördinator van de optreedlocaties zelf benaderd is door mensen die graag hun huis willen openstellen voor een optreden. Dat is bijzonder nieuws! Als de families zich zelf komen melden dan begint het festival werkelijk te leven hier.

Dinsdag 11 oktober


3 uur in de ochtend. In de eindeloze wachtrij voor de douane.

Jongen (±6 jaar): Why we have to wait?
Moeder (Amerikaans accent): Because they want to know who is coming into their country. What if you are a terrorist?
Jongen: What if I am not?

2,5 uur later kom ik aan in de Oude Stad. Het wordt al licht, mannen lopen over straat nar het vroege ochtendgebed in de moskee. De eerste winkeltjes gaan open.
Dit is precies de fase van het project: vanuit sluimerstand moet het weer tot leven komen. De talloze mailtjes, halve toezeggingen en hoopvolle berichten moeten worden omgezet in daden.
Na enkele uren slaap koop ik een sim-kaart en begin te bellen. Mijn agenda vult zich met afspraken: we zijn begonnen.

Maandag 10 oktober


Ik ben een paar uur in een surreële wereld.
Het is nacht, ik vlieg uit Budapest naar Tel Aviv samen met tientallen mannen met grote baarden, zwarte hoeden en gewaden. 
Sprookjesfiguren?
Ultra-orthodoxe joden op weg naar het loofhuttenfeest.
Ik ga voor iets heel anders dezelfde richting op: een nieuwe editie van Al Quds Underground in Jeruzalem.
Het voelt nog onwerkelijk.
De afgelopen maanden bleef het zo onzeker of het allemaal door kon gaan. Uiteindelijk, pas een aantal weken geleden, heb ik de sprong in het diepe gewaagd en ondanks de financiële risico’s besloten om het door te laten gaan. Nu voelt het of ik aan de rand van een kolkende rivier sta. Morgen begint de stroomversnelling van gesprekken, regelwerk, ontmoetingen en ontwikkeling van de plannen en ideeën. In een week moet er een festival op poten staan met 114 voorstellingen door ruim 30 kunstenaars, musici, acteurs op 11 locaties.

HIERONDER:

EDITIE 2010

Zondag 7 November

Het festival is voorbij. Dat het een uitputtingsslag was is voelbaar in elke vezel van mijn lichaam. Maar de moeheid is doordrenkt met een licht en zoet gevoel. Ik ben trots en ontroerd dat zoveel mensen zich hebben ingezet voor het plan dat kortgeleden slechts een plan was. En dat nu honderden mensen op de been heeft gekregen, talloze contacten heeft doen ontstaan en ontelbaar inzichten en ervaringen heeft oplgeleverd die ongetwijfeld leiden tot nieuwe plannen en projecten.


Onwerkelijk hoe werkelijk deze plek is geworden. Hoe vertrouwd de straatjes zijn, hoe bekend de mensen. We zijn echt kopje onder gegaan in de sociale structuur van deze halve vierkante kilometer.


Ik bezoek verschillende plekken om na te praten, kunstwerken op te halen, voor klussen te betalen of over volgend jaar te spreken. Want of ik wil of niet, dit festival is echt geboren, gegroeid en vol levenslust. Dit moet doorgaan en verdergroeien. Stoppen is moord.
Diepe dank voor iedereen. Tot volgend jaar!

Zaterdag 6 November

Eén voorstelling vindt plaats in de slaapkamer van Ali en Mustafa, de rappende tweeling. Hun moeder schenkt thee en we vertonen een heel stille en trage film over slapende en op bed dansende moslimvrouwen uit Amsterdam, gemaakt door Adelheid Roosen. Het publiek vond de film saai. Ali en Mustafa hadden een oplossing: een rap-performance. Dank Ali en Mustafa, maar de subtiliteit van de film verdient een andere insteek. Voor dag twee maken we daarom een plan om samen met het publiek verschillende muziekstijlen onder de film uit te proberen en te overleggen met het publiek wat het meest toepasselijk is. Mooi idee. De radio die we gekocht hadden bleek helaas niet te werken. Ali en Mustafa hadden een oplossing. Een gesprek met het publiek. Ging het over de film? Een beetje, geloof ik…


Ook de gidsen verdwijnen soms van de radar. Dan duikt er een groep op bij een verkeerde lokatie, omdat de gids dacht dat dat het daar wellicht leuker zou worden. Ik word dan gebeld door de acteurs van een andere lokatie dat er al een uur geen groep is verschenen en maak me enorm zorgen. Maar ondanks het strenge tijdsschema, de uitgetekende route op de kaart en duidelijke instructies heeft de groep nu eenmaal een eigen wil. Soms zijn er drie groepen tegelijk bij een concert. Dan gaat het gerucht dat het daar gaaf is.
Zoals de gidsen ondenks mijn coördinatie hun eigen weg kiezen, lopen ook veel andere plannetjes hun eigen weggetje. En kom ik een idee pas weer tegen als het via een onbekend pad is gegaan en plekken heeft gezien waar ik geen controle meer over had. Het project moet je dus ook niet zien als het product van mijn werk of plan, maar als een resultaat van een onoverzichtelijk samenspel tussen talloze mensen, ideeën en situaties met als brandstof: enthousiasme en nieuwsgierigheid.

Vrijdag 5 November

De tweede dag van het festival. We hebben een noodgids gevonden om het team te versterken. Hij is een professional en kent de weg enorm goed kent maar snapt niets van ons festival. Geen tijd om hem goed uit te leggen waar het over gaat dus ik houd m’n hart vast.
Daarna geprobeerd een beter soundsystem te huren. Gisteren was het een ramp.  Veel ruis en gekraak. We hebben nu dus het duurste genomen dat te vinden was, hopelijk is het ook daadwerkelijk beter. Toen ik naar de lokatie ging voor de soundcheck was het hek dicht en niemand te bekennen. Maar de fruitperser om de hoek ging direct bellen en binnen enkele minuten had ik mensen aan de telefoon die direct op pad gingen om onze concertplek te openen en in orde te maken.
Snel naar het verzamelpunt voor het publiek. Help. Erg veel mensen, als dat maar past. Natuurlijk wil je veel publiek. Maar meer dan 12 mensen in een piepkleine huiskamer is onmogelijk.

Na een half uur puzzelen en discussies met mensen die persé met al hun 15 famillieleden in dezelfde groep wilden, kunnen de groepen vertrekken. Dan gaat de telefoon. Huis op slot. Muzikanten wachten al een tijdje op de stoep. Direct een andere plek zoeken bij mensen die we kennen? Ik neem een sprint de trappen op om in ieder geval de groep op te vangen. Intussen heeft onze lokale coördinator 10 mensen gebeld en via vader, zoon, neef en broer de juiste persoon van het huis gevonden. Bezweet komt hij aanrennen, de deur is open en het concert kan starten.
Er volgt een prachtige avond. De gidsen raken (bijna) niet meer de weg kwijt, de kunstenaars genieten ervan om hun voorstellingen telkens meer aan te scherpen en het finale-concert had ik vandaag aangepast op de opgetogen en luidruchtige sfeer. Het bleek te werken. Een onvergetelijke avond.